Mijn naam staat er ook
Drieëntwintig jaar notariaat.
Lang genoeg om te weten dat mensen zelden boos worden op een akte.
Ze worden boos op degene die ze vertelt dat niet alles kan wat ze willen.
Je leert ermee leven.
Klachten. Dreigementen. Aansprakelijkstellingen. Mensen die onafhankelijkheid een prachtig beginsel vinden zolang jij toevallig hun kant kiest.
Je ontwikkelt een dikke huid.
Of je noemt het zo.
Tot er een dagvaarding op de mat ligt.
Niet alleen tegen de notaris.
Ook tegen mij.
Privé.
Mijn naam.
Alsof iemand na drieëntwintig jaar professioneel afstand houden simpelweg heeft besloten:
die grens geldt voor mij niet.
En dat doet iets.
Meer dan ik wil toegeven.
De zaak is jaren oud.
Er is al naar gekeken.
Er is al geoordeeld.
Maar kennelijk bestaat er geen definitief einde wanneer iemand weigert een einde te accepteren.
Deze week wordt bepaald wanneer we voor de rechter staan.
We.
Ook zo'n kutwoord ineens.
Ik weet wat een dagvaarding juridisch betekent.
En vooral wat hij níét betekent.
Ik kan het hele Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering erbij pakken als dat iemand geruststelt.
Mij niet.
Ik vind het fucking oneerlijk.
En daaronder zit iets wat veel langer speelt.
Ik heb een geheim adres.
Niet omdat ik beroemd ben.
Niet omdat ik iets te verbergen heb.
Omdat ik mijn werk doe.
Mijn huis - eindelijk de plek waar ik mijn schoenen uittrap, slecht slaap en even geen notaris zou moeten hoeven zijn - moet voor sommige mensen onvindbaar blijven.
Dat is kennelijk normaal geworden.
Je kijkt over je schouder.
Onbewust eerst.
Later professioneel.
Wie loopt daar?
Waarom staat die auto daar?
Hoe weet iemand dat?
Je scant.
Altijd.
En het ziekste is misschien dat je eraan went.
Dat waakzaamheid geen angst meer heet maar voorzorg.
Dat een geheim adres geen paranoia is maar verstandig.
Dat je accepteert dat mensen die boos zijn over iets wat jij beroepsmatig hebt gedaan misschien niet begrijpen waar jouw kantoor ophoudt en jouw leven begint.
En nu staat mijn eigen naam in die dagvaarding.
Daar ligt precies de zenuw.
Niet alleen: je hebt je werk niet goed gedaan.
Maar: we komen ook bij jou.
Misschien is dat juridisch een volkomen andere zin.
Zo voelt hij niet.
En ik kan het niet eens echt vertellen.
Beroepsgeheim.
Dus ik mag mijn eigen verhaal maar half vertellen omdat ik het verhaal van een ander volledig moet beschermen.
Zelfs nu.
Zelfs tegenover de mensen bij wie ik het liefst gewoon één keer alles op tafel zou gooien en zeggen:
kijk dan.
Kijk waarom dit zo fucking onrechtvaardig voelt.
Maar dat kan niet.
Dus zeg je dat er een procedure loopt.
Dat advocaten ermee bezig zijn.
Dat je vertrouwen hebt.
Keurige woorden.
Notariswoorden.
En daarna ga je naar huis.
Naar dat geheime adres.
Deur dicht.
Slot erop.
Nog één keer naar buiten kijken.
En dan proberen te geloven dat werk gewoon werk is.
Terwijl iemand zojuist jouw eigen naam in het dossier heeft getrokken.
Opmerkingen