top of page

Moe

Mijmeringen Enzo
25 sep
4 minuten om te lezen

Ik ben moe.


Niet ik heb slecht geslapen moe.

Niet drukke week, vroeg naar bed moe.

Moe op een plek waar slaap kennelijk niet bij kan.


En ondertussen pak ik mijn werk weer op.

Omdat dat hoort. Omdat ik het wil. Omdat er noodzaak is. Omdat ik het mis. Omdat ik mezelf mis in wie ik daar was.


Allemaal waar.

Ook waar: ik kom thuis en ben op.


Niet voldaan. Niet prettig moe na een goede dag.

Leeg.

Alsof mijn hoofd de hele dag op geleende elektriciteit heeft gedraaid en iemand bij thuiskomst zonder waarschuwing de stekker eruit trekt.


Het verwarrende is dat werken soms juist goed voelt.

Mijn hoofd kent het daar.


Een dossier heeft een begin en een einde. Een akte moet kloppen. Een probleem vraagt om een oplossing. Mensen stellen vragen waarop ik meestal een antwoord weet.

Dat is overzichtelijk.


Ik ben daar nog steeds goed in.

Dat maakt het verraderlijk.

Want kunnen is niet hetzelfde als kunnen dragen.


Ik kan een volle dag hebben en hem afmaken.

Ik kan scherp zijn in een gesprek.

Ik kan lachen.

Ik kan iets ingewikkelds oplossen.


En daarna op de fiets zitten alsof iemand de binnenkant uit mij heeft gehaald.

Kennelijk kan een mens functioneren op energie die ze niet heeft.

Je merkt alleen later dat je haar hebt uitgegeven.


En nu is er therapie.

Nog iets erbij.

Dat klinkt oneerlijk, want therapie moet natuurlijk helpen.


Maar niemand vertelt erbij dat hulp in het begin vooral werk is.

Vragen beantwoorden die ik jarenlang heb ontweken.

Voelen waar ik liever analyseer.

Teruggaan naar dingen die mijn hoofd zorgvuldig in dozen heeft gestopt en ergens achterin heeft gezet.


En daarna gewoon boodschappen doen.

Een mail beantwoorden.

Werken.

Iemand vragen hoe zijn weekend was.

Het contrast is bijna beledigend.


In therapie trek je iets open waarvan je jarenlang hebt geprobeerd het dicht te houden.

Alsof je zonder verdoving wordt opengesneden en iemand even tussen je ribben gaat kijken.

Vijftig minuten later sta je weer buiten.

Succes ermee.


Mijn hoofd begrijpt dat systeem nog niet.

Het denkt dat wanneer we eenmaal ergens aan beginnen, we het ook moeten oplossen.

Dus blijft het doorgaan.

Op de fiets.

Onder de douche.

Om drie uur 's nachts.


Zinnen opnieuw afspelen.

Waarom zei ik dat?

Waarom raakte dát me?

Waarom weet ik dit nog?

Waarom voel ik daar niets bij?

Waarom juist hier zoveel?


En vooral:

hoe lang gaat dit duren?


Daar schaam ik me bijna voor.

Ik wil zelfs mijn herstel efficiënt doen.

Doelstelling. Planning. Voortgang.

Graag een datum waarop ik weer mezelf ben.

Alsof ik een dossier te lang open heb staan.


Maar ondertussen wordt mijn wereld alweer voller.

Werk.

Berichten.

Mensen.

Afspraken.


Dingen die moeten.

Dingen die leuk zouden moeten zijn.

Dingen waar ik zelf ja tegen heb gezegd en waar ik vervolgens van schrik zodra ze in mijn agenda staan.


Iedereen krijgt langzaam weer meer van mij.


En ik begrijp dat.

Van buiten ziet het er waarschijnlijk ook logisch uit.

Ze werkt weer.

Ze praat weer.

Ze maakt plannen.

Dan gaat het beter.

En ja.

Het gaat beter.

Dat is het ingewikkelde.

Maar beter is niet hetzelfde als goed.

Beter kan nog steeds behoorlijk slecht zijn.

Beter kan betekenen dat je weer vijf dingen kunt waar je er eerst twee kon, terwijl de wereld onmiddellijk concludeert dat tien dus ook wel moet lukken.


Misschien concludeer ik dat zelf nog wel het snelst.

Dus schuif ik de grens op.

Nog een afspraak.

Nog even dit afmaken.

Nog één mail.

Morgen kan ik dat er best bij hebben.


Tot mijn lichaam ergens onderweg besluit dat het klaar is met mijn optimistische boekhouding.

Dan komt de moeheid.

Niet beleefd.

Niet geleidelijk.

Gewoon alles uit.


En dan lig ik op de bank en begrijp ik niet waarom ik zo moe ben, terwijl ik precies weet waarom ik zo moe ben.

Omdat ik werk.

Omdat ik herstel.

Omdat ik in therapie dingen openmaak.

Omdat mijn hoofd nog steeds alles registreert.

Omdat ik voortdurend probeer te bepalen hoeveel van de oude versie van mij alweer terug mag.

Omdat ik zelfs van beter worden een prestatie heb gemaakt.


Misschien is dat wat ik moet leren.

Dat herstel niet betekent dat ik zo snel mogelijk weer alles kan dragen wat mij mede hier heeft gebracht.

Dat moe geen karakterfout is.

Maar ook geen interessant inzicht.


Soms ben ik gewoon verschrikkelijk moe.

Van praten.

Van denken.

Van voelen.

Van niet voelen.

Van mensen.

Van mezelf.

Van iedere dag opnieuw bepalen wat verstandig is en vervolgens toch iets meer doen.


En zelfs van de vraag hoe het met me gaat.


Ik heb er geen goed antwoord meer op.

Het gaat soms beter.

Het gaat niet goed.

Ik werk.

Ik ben in therapie.

Ik maak af en toe plannen.

Ik trek me terug.

Ik wil vooruit.

Ik wil met rust gelaten worden.

Ik wil mensen dichtbij.

Ik wil dat niemand iets van me nodig heeft.


Het is allemaal tegelijk waar.


Kennelijk is dit waar ik nu ben.


Niet op de weg terug.

Niet op weg naar een verbeterde versie van mezelf.


Gewoon ergens middenin.


Gewoon ergens middenin, met één voet in een leven dat ik nog precies weet uit te voeren en één in iets waarvan ik de gebruiksaanwijzing niet ken.


Mijn huisarts zegt: tijd.

Mijn therapeut zegt: tijd.

Mijn hoofd zegt: sneller.

Mijn lichaam zegt inmiddels niets meer.

Dat trekt gewoon de stekker eruit.

En god, wat ben ik moe.

 
 
 

Recente blogposts

Alles weergeven
Zo laat op de dag

Ik las So Late in the Day van Claire Keegan. Een dun boek. Een paar millimeter papier voor iets waar mensen hele levens over doen. Elkaar kwijtraken. Niet door verraad of een grote scène. Dat zou

 
 
 
September

Ik vertrouw september niet. Het is de maand waarin Richard werd geboren. En de maand waarin hij besloot dat het genoeg was. Kanker had zijn lichaam stukje bij beetje teruggebracht tot iets waarin hij

 
 
 
Vijftien jaar

Geen later meer. Geen onverwacht gesprek waarin ineens iets op zijn plaats valt. Geen ouder worden waardoor je elkaar alsnog begrijpt. Geen laatste hoofdstuk waarin de schrijver besluit dat de pers

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page