Vijftien jaar
Vandaag is mijn vader vijftien jaar dood.
Een getal dat groot genoeg is om te suggereren dat iets inmiddels een plaats heeft gekregen.
Dat heeft het niet.
Niet omdat ik hem iedere dag mis.
Dat zou een mooier verhaal zijn.
Wij hadden geen eenvoudige relatie. Geen vader-dochterverhaal dat zich achteraf laat polijsten tot liefde, gemis en een paar dierbare herinneringen.
We konden elkaar niet vinden.
Misschien hebben we elkaar zelfs nooit werkelijk gevonden.
En de dood is daar opmerkelijk slecht in.
Hij herstelt niets.
Hij maakt van een moeilijke vader geen goede vader. Van afstand geen nabijheid. Van alles wat niet gezegd werd geen gesprek dat alsnog ergens heeft plaatsgevonden.
Hij zet er alleen een punt achter.
Dat is misschien het hardste aan iemand verliezen met wie het ingewikkeld was.
Je verliest niet alleen iemand.
Je verliest ook definitief de mogelijkheid dat het ooit anders wordt.
Geen later meer.
Geen onverwacht gesprek waarin ineens iets op zijn plaats valt.
Geen ouder worden waardoor je elkaar alsnog begrijpt.
Geen laatste hoofdstuk waarin de schrijver besluit dat de personages elkaar toch nog weten te bereiken.
Gewoon: dit was het.
Vijftien jaar geleden stopte niet alleen zijn leven.
Ook alle mogelijke versies van onze relatie hielden op te bestaan.
Misschien is dát wat na vijftien jaar nog steeds ergens schuurt.
Niet het missen van wat we hadden.
Maar soms het missen van wat we nooit hebben gekregen.
Tijd doet daar weinig aan.
Ze maakt de randen minder scherp. Ze haalt details weg. Ze zorgt ervoor dat vijftien jaar uiteindelijk klinkt als geschiedenis.
Maar sommige dingen worden geen geschiedenis.
Ze worden onderdeel van je constructie.
Van hoe dichtbij je mensen laat komen.
Van wat je verwacht.
Van wat je niet meer verwacht.
Van wie je bent geworden zonder ooit precies te weten hoeveel daarvan al daar begon.
Dus vandaag geen geromantiseerd verdriet.
Geen vader die door de dood ineens beter bij mij paste dan hij bij leven deed.
Alleen een datum.
Dertig augustus.
Vijftien jaar.
En de vreemde waarheid dat je iemand niet goed hoeft te hebben kunnen vinden
om nog altijd iets te voelen bij het feit dat zoeken definitief geen zin meer heeft.
Opmerkingen