Overvol
Alles komt binnen.
Geluid.
Berichten.
Werk.
Mensen.
Opmerkingen die waarschijnlijk niets voorstellen en toch blijven hangen.
Mijn hoofd filtert slecht.
Ondertussen voel ik de druk om weer meer te doen.
Meer aanwezig.
Meer oppakken.
Meer dragen.
Terug naar normaal, graag.
Dus probeer ik het.
Ik zeg ja terwijl mijn hoofd nee bedoelt.
Neem iets op me omdat iemand anders vindt dat het inmiddels wel weer zou moeten kunnen.
En dan schieten ineens de tranen in mijn ogen.
Achter mijn bureau.
Tijdens een gesprek.
In de auto voor een stoplicht.
Op de fiets.
Buitengewoon irritant.
Mijn lichaam heeft kennelijk een andere mening over mijn belastbaarheid dan ik.
En ergens zit een hele lading die eruit moet.
Alleen weet ik niet waar.
Of bij wie.
Niet omdat er niemand is.
Maar omdat ik niet weet hoe je zegt: ik trek het even niet, zonder er meteen een gesprek, zorg of oplossing van te maken.
Ik wil het gewoon ergens neer kunnen leggen.
Even.
Zonder dat iemand het hoeft te dragen.
Dus blijft het meestal waar het zit.
Mijn hoofd zegt: doorgaan.
De buitenwereld zegt: iets meer graag.
Opmerkingen