Te veel woorden
Bijgewerkt op: 11 aug
Ik hou van taal.
Niet alleen van woorden, maar van de millimeters ertussen.
Van het verschil tussen missen en verlangen. Tussen alone en lonely. Van woorden die in de ene taal achteloos bestaan en waarvoor een andere taal een halve alinea nodig heeft.
Mijn hoofd houdt daarvan.
Het is snel.
Soms irritant snel.
Terwijl iemand nog halverwege een zin is, heeft mijn hoofd hem al afgemaakt, drie mogelijke betekenissen gewogen, twee uitzonderingen gevonden, een zijpad genomen en zich ondertussen afgevraagd of dat ene woord niet beter gekozen had kunnen worden.
Niet altijd gezellig.
Wel handig met taal.
Want taal kan die snelheid aan.
Een woord verschuiven en de betekenis kantelt.
Een komma verplaatsen en ineens klinkt iets harder.
Of zachter.
Of eerlijker.
Ik kan daar eindeloos naar zoeken.
Nederlands wanneer ik precies wil zijn.
Engels wanneer ik een paar millimeter afstand nodig heb tussen mij en wat ik zeg.
Andere talen omdat ze soms één woord bezitten voor iets waarvoor wij een complete alinea nodig hebben.
Ik verzamel zulke woorden.
Misschien omdat ik ergens ben gaan geloven dat wanneer je iets maar nauwkeurig genoeg kunt benoemen, het ook hanteerbaar wordt.
Dat is natuurlijk onzin.
Maar wel mooie onzin.
Mijn hoofd is goed in ontleden.
Geef me een ingewikkeld probleem en ik haal het uit elkaar.
Geef me andermans chaos en ik zoek naar structuur.
Geef me verlies, liefde, dood, eenzaamheid of de onvoorstelbare teringzooi die mensen soms van hun leven maken en mijn hoofd begint onmiddellijk zinnen te bouwen.
Woorden.
Nuance.
Interpunctie.
Alsof grammatica orde kan aanbrengen waar het leven die zelf niet meer heeft.
Tot iemand vraagt:
En jij?
Wat voel jij?
Dan valt dat razendsnelle hoofd soms volledig stil.
Geen woord.
Dat blijft een merkwaardige vernedering.
Duizenden woorden kennen.
In meerdere talen kunnen denken.
Een hoofd hebben dat doorgaans drie afslagen voor de rest van mij uit rijdt.
En niet kunnen uitleggen wat er zich op die paar vierkante centimeter achter mijn eigen ribben afspeelt.
Misschien schrijf ik daarom.
Omdat taal het enige is wat snel genoeg beweegt om mijn hoofd bij te houden en langzaam genoeg is om me soms tot stilstand te dwingen.
Een zin vraagt tenslotte dat je kiest.
Dit woord.
Niet dat.
Deze betekenis.
Niet alle andere.
En heel soms gebeurt er tijdens dat zoeken iets merkwaardigs.
Dan schrijf ik een zin.
Lees hem terug.
En denk:
verdomme.
Dus dát bedoelde ik.
Misschien is dat mijn liefde voor taal.
Niet dat ik zoveel woorden ken.
Maar dat ik nog steeds geloof dat ergens tussen al die woorden
eentje op mij ligt te wachten.
Opmerkingen