Wat ik achterlaat
Ik regel al mijn hele werkende leven wat er gebeurt als iemand er niet meer is.
Wie krijgt wat. Wie beslist. Waar het huis heen gaat. Wie de sleutel krijgt.
We leggen het vast omdat dood al genoeg chaos veroorzaakt.
Ik ben goed in orde.
Dus doet mijn hoofd tegenwoordig iets wat ik liever niet te nauwkeurig bekijk.
Het ordent mij.
Niet alleen juridisch. Dat is eenvoudig.
De rest.
Mijn boeken. Mijn spullen. De dingen waarvan niemand begrijpt waarom ik ze bewaar. Welke dingen naar wie zouden moeten. Wat iemand moet weten. Waar iets ligt.
Hoe je een leven zo achterlaat dat niemand er te veel werk aan heeft.
Dat laatste is de pijnlijke.
Want blijkbaar probeer ik zelfs mijn eigen afwezigheid nog dienstbaar te maken.
Geen gedoe.
Geen zoekwerk.
Geen last.
Alsof ik mezelf alvast kan opruimen.
En tegelijkertijd gebeurt precies het tegenovergestelde.
Terwijl een deel van mijn hoofd nadenkt over achterlaten, zoekt een ander deel bijna wanhopig naar redenen om te blijven.
Niet naar de zin van het leven.
Daar heb ik weinig geduld voor.
Naar kleine dingen.
Een boek dat ik nog niet heb gelezen.
Een zin die ik nog niet heb gevonden.
Iemand bij wie ik nog een keer aan tafel wil zitten.
Iets wat nog gemaakt moet worden.
Een dag waarvan ik nog niet weet dat hij belangrijk zal zijn.
Het is een vreemde spagaat.
Mijn hoofd maakt de uitgang overzichtelijk en zoekt ondertussen naar redenen om hem niet te nemen.
Misschien is dat waarom ik zoveel verzamel.
Boeken. Quotes. Plannen. Kleine toekomstige dingen.
Ankers, vermoed ik.
Bewijs dat later nog ergens in mijn vocabulaire zit.
Want zingeving voelt momenteel niet als een antwoord.
Eerder als tegengewicht.
Aan de ene kant alles wat zegt: zorg dat je niets onafgemaakt achterlaat.
Aan de andere kant heel kleine dingen die fluisteren:
misschien juist wel.
Laat iets onaf.
Koop dat boek.
Maak die afspraak.
Begin ergens aan waarvan je de afloop nog niet kent.
Niet omdat ineens alles betekenis heeft.
Maar omdat klaar zijn misschien helemaal niet het doel hoeft te zijn.
Misschien mag er iets blijven liggen.
Een boek met de boekenlegger halverwege.
Een plan zonder vinkje.
Een afspraak voor volgende maand.
Iets waarvoor ik er zelf nog moet zijn.
En misschien is dat genoeg.
Niet weten waarom je moet blijven.
Maar nog net genoeg onaf hebben
om niet klaar te zijn.
Opmerkingen