Zesentwintig letters
Ik kan verliefd worden op een zin.
Niet omdat hij mooi is.
Omdat hij raak is.
Omdat iemand een paar woorden achter elkaar heeft gezet en daarmee iets openlegt waar een ander een heel boek omheen zou schrijven.
Die zinnen verzamel ik.
Quotes.
Heel veel.
Niet per se om ze te delen.
Maar, om ze te bewaren.
Alsof ik onderweg kleine stukken taal opraap voor dagen waarop mijn eigen woorden het laten afweten.
Sommige zinnen blijven jaren. Andere begrijp ik pas veel later.
Dat vind ik misschien het wonderlijke aan boeken.
Ze wachten.
Een boek vindt niets van je stilte.
Het vraagt niet waarom je niet reageert.
Het merkt niet dat je dezelfde bladzijde drie keer leest omdat je hoofd ergens anders is.
Het blijft gewoon liggen.
Ik koop meer boeken dan ik kan lezen -bewust.
Een stapel ongelezen boeken voelt niet als achterstand.
Eerder als een stil contract met later.
Blijkbaar ga ik ervan uit dat er nog tijd komt waarin ik wil weten wat erin staat.
Dat is soms meer toekomst dan ik zelf kan bedenken.
Misschien verzamel ik daarom ook quotes.
Als bewijs dat iemand vóór mij al woorden vond voor iets wat ik nog niet kon formuleren.
Niet om mij gerust te stellen.
Liever niet.
Ik heb weinig aan zinnen die beloven dat alles goedkomt.
Geef me taal die durft te blijven staan wanneer dat helemaal niet zeker is.
Zesentwintig letters.
Daar moeten we het mee doen.
En daarmee schrijven we wetten en liefdesbrieven.
Geboorte en dood.
Ik blijf.
Ik ga.
Ik hou van je.
En soms, wanneer morgen nogal ver weg voelt: nog één bladzijde.
Ook dat is een zin.
Opmerkingen