Dingen groeien
Bijgewerkt op: 11 aug
Ik hou van de manier waarop Yiyun Li schrijft in Things in Nature Merely Grow.
Bijna meedogenloos precies.
Geen emotionele opsmuk. Geen verplichte ontroering. Geen poging haar verdriet zo te formuleren dat de buitenwereld het begrijpt en er vervolgens iets geruststellends mee kan.
Ze denkt.
Ontleedt.
Redeneert.
Over de dood van haar zoons nota bene.
En misschien raakt juist dát me.
Omdat rationaliteit zo vaak wordt aangezien voor afstand.
Als je er helder over kunt praten, zal het wel meevallen.
Als je werkt, functioneert en een fatsoenlijke zin kunt formuleren, ben je kennelijk niet echt kapot.
Als je niet huilt wanneer de buitenwereld vindt dat er gehuild moet worden, klopt je verdriet blijkbaar niet helemaal.
Alsof pijn pas echt is wanneer ze zich herkenbaar gedraagt.
Ik herken dat.
Ik kan iets tot op het bot analyseren en er tegelijkertijd volledig aan onderdoor gaan.
Ik kan begrijpen wat er gebeurt en geen fucking idee hebben hoe ik ermee moet leven.
Die twee sluiten elkaar niet uit.
Misschien is denken soms juist wat je doet wanneer voelen te groot wordt.
Li maakt daar geen excuus voor.
Ze weigert ook het gebruikelijke verhaal.
Geen heling.
Geen closure.
Geen groei als vermomde vooruitgang.
Alleen die titel al:
Things in Nature Merely Grow.
Merely.
Dat ene woord.
De natuur herstelt niet.
Ze verwerkt niets.
Ze vraagt niet wat je hebt geleerd.
Er komt gewoon weer een dag.
En jij zit er blijkbaar nog in.
Misschien hield ik daarom zoveel van dit boek.
Omdat Li nergens probeert haar verdriet begrijpelijk te maken voor mensen die het graag in een vorm willen zien die zij herkennen.
Ze kiest haar woorden.
Zorgvuldig. Rationeel. Soms bijna hard.
En laat het ondraaglijke gewoon ondraaglijk.
Geen oplossing.
Geen hoopvolle conclusie.
Godzijdank.
Sommige dingen hoeven niet beter te worden opgeschreven.
Alleen preciezer.
Opmerkingen